Alle artikelen
Nieuws, inspiratie, handige tips en klantverhalen.
Vakgebieden
Artikelen
-
Communicatie & Persoonlijke ontwikkeling
Parkeerperikelen op eigen parkeerterrein
Onlangs kreeg ik vrijwel gelijktijdig van drie corporaties in verschillende delen van het land een soortgelijke vraag: hoe om te gaan met foutparkeerders op het eigen parkeerterrein. U kent de situatie vast: u verhuurt (bijvoorbeeld) een ouderencomplex met parkeerterrein dat bij het wooncomplex hoort. Zowel het woongebouw als de parkeerplaats zijn uw eigendom. De bedoeling is dat alleen de huurders van het complex hun auto op het terrein parkeren. Het komt echter regelmatig voor dat mensen ‘van buiten’ hun auto op het parkeerterrein parkeren. Voor de huurders is dit een doorn in het oog en zij vragen u hiertegen maatregelen te nemen. U besluit een bordje op te hangen met de tekst ‘parkeren uitsluitend voor bewoners’ of zelfs een ‘verboden toegang’ of ‘wegsleepregeling’ bordje. Kort daarna ontvangt u een brief van de gemeente waarin aangegeven wordt dat uw parkeerterrein openbaar is omdat sprake is van een openbare weg. U wordt vriendelijk doch dringend verzocht het bordje weg te halen. Maar klopt dit wel, het is toch uw parkeerterrein? Uw eigen parkeerterrein als openbare weg… Het antwoord op deze vraag zit onder meer in de Wegenwet. Deze wet uit 1930, maar nog steeds van kracht, bepaalt kortgezegd dat een weg onder meer openbaar is als deze gedurende meer dan 30 jaar voor iedereen vrij toegankelijk is geweest. Van vrije toegankelijkheid is sprake indien de eigenaar van de grond waarop de weg is gelegen het gebruik van de weg door het publiek heeft toegelaten. Het voorgaande geldt ook voor een parkeerterrein bij een wooncomplex dat op particuliere grond gelegen is. Als dit parkeerterrein inderdaad al 30 jaar vanaf de openbare weg voor een ieder bereikbaar is, dan betekent dit dat een ieder daar dus ook zijn auto mag parkeren. Het kan nog sterker: foutparkeerders op het parkeerterrein kunnen zelfs worden beboet. Verjaring doorbreken Zolang de 30 jaarstermijn nog niet verstreken is, is hier eenvoudig wat aan te doen. Bijvoorbeeld door het plaatsen van een slagboom, of het plaatsen van een bordje “eigen weg” bij het begin van het parkeerterrein. Een dergelijk bordje onderbreekt de 30 jaarstermijn en voorkomt dat de weg (het parkeerterrein) na verloop van tijd openbaar wordt en niet meer kan worden afgesloten. Onttrekken aan de openbaarheid Is de openbaarheid een feit dan kan er op basis van artikel 9 van de Wegenwet een verzoek worden ingediend bij de gemeenteraad om de weg aan de openbaarheid te onttrekken. Bij een dergelijk verzoek tot onttrekking van een weg aan de openbaarheid vindt een belangenafweging plaats. De dringende particuliere redenen om de weg aan het openbaar verkeer te onttrekken moeten worden afgewogen tegen het algemeen belang bij openbaarheid en dat is in dit voorbeeld, het algemene belang om voor iedereen zijn auto te kunnen parkeren op het parkeerterrein. Recht is niet zwart wit Net als in de situatie hierboven is het wetboek niet altijd zwart-wit. Dat geldt ook voor het Huurrecht. Het huurrecht kent in de praktijk vele kleuren grijs. Vele nuances en vele zienswijzen. Die dagelijkse praktijk maakt huurrecht ook leuk. Hoe kijken rechters naar huurrecht? Hoe kunt u huurrecht nu toepassen in uw dagelijkse casus met behoud van uw relatie met uw huurder en zonder als verhuurder uw positie te verliezen? In Huurrecht verdieping staan vele interessante praktijksituaties op het programma. Ook uw eigen casus kunt u bespreken. Na de cursus bent u weer op de hoogte! Bent u erbij? Een snelle opfris van kennis kan met de training Opfris en actualiteiten Huurrecht. En wanneer u nog beperkte ervaring heeft met huurrecht biedt de opleiding Huurrecht de basis een prima start. Met e-learning vooraf en een interactieve trainingsdag bent u snel op de hoogte van de uitgangspunten van het huurrecht en de rechten en plichten van huurder én die van uw organisatie als verhuurder. Tanja de GrootVBTM Advocaten
Lees meer14 mei 2021 -
Communicatie & Persoonlijke ontwikkeling
Maak je klant blij met NIVEA
Misschien denk je nu “huh, moet ik zalfjes of deodorant verkopen? Of relatiegeschenken uitdelen aan mijn huurders?” Nee hoor, wees maar niet bang. ik bedoel zeker niet dat je moet gaan zalven… ik bedoel vooral dat je niet moet gaat zalven! Mijn Nivea staat voor: Niet Invullen Voor Een Ander. Hoezo “Invullen voor een ander?” Invullen voor een ander doen we allemaal dagelijks. Onze hersenen zijn zo snel dat je, voor je het weet, een situatie al hebt ingeschat en je al je eigen beeld hebt gevormd. Je hersenen zijn als het ware getraind om dat te kunnen doen want om te overleven heb je het ook echt nodig. Stel je voor dat je op de snelweg rijdt en opeens zie je de remlichten voor je branden. Als automatisch gaat je voet naar de rem. Je handelt meteen, je hoeft niet eerst na te denken. Dit mechanisme is geniaal, je hersenen schakelen heel snel en leggen razendsnel allerlei verbanden waardoor jij zonder na te denken weet hoe je moet handelen. Dit mechanisme is ook altijd in werking, zeker als je het bijvoorbeeld druk hebt of je werkt op de klantenservice en je krijgt per dag 50 telefoontjes of meer. Dan kan het zijn dat je bij de 20ste beller onbewust je automatische piloot aan hebt gezet en de klant niet meer “als nieuw” kunt zien. Zeker niet als de klacht of vraag bekend is, of als de klant een bekende is. Zoals bijvoorbeeld een klant die belt over harde geluiden op de galerij ’s avonds. Jij hebt al van collega’s gehoord dat er klachten zijn en dat je collega’s er al mee bezig zijn en je zegt tegen de huurder: De klachten zijn bij ons al bekend, er wordt aan gewerkt. Dan heb jij, nog voordat de klant zijn of haar verhaal heeft gedaan, al ingevuld wat hij wil zeggen. Op dat moment ga jij er al van uit dat je weet wat de huurder bedoelt en wat de huurder wil zeggen. Het kan zijn dat je gelijk hebt. Maar het kan ook zijn dat het over iets heel anders gaat. Dat weet je niet. Maar wat er gebeurt, is dat je “het verhaal van de huurder al invult”. Misschien wel vanuit je gevoel van dienstverlening, om de huurder niet het hele verhaal te laten vertellen, misschien wel uit een gevoel van tijdsdruk, wat natuurlijk ook vaak voorkomt. En zeker als professionele dienstverlener met veel kennis van zaken ben je snel geneigd om jouw kennis in te zetten voor een snelle oplossing of antwoord. En wat is het risico dan eigenlijk? Waarom zou je dat “invullen” eigenlijk niet moeten doen? Ten eerste: je weet nooit zeker waar je huurder precies over belt dus het kan zijn dat je dan zomaar aan de werkelijke klacht voorbij gaat. Of een oplossing biedt die niet past bij het echte probleem. Ten tweede: je hebt kans dat de huurder zich niet serieus genomen voelt. Klanten willen graag oprechte aandacht en zeker weten dat hun klacht, verhaal of vraag over komt. Daarbij willen ze serieus genomen worden. Op het moment dat je een klant niet zijn of haar verhaal laat vertellen, ontstaat er onzekerheid (ben ik begrepen? Komt het echt goed?) of onvrede (nou zeg, ze nemen helemaal niet de tijd om mij te woord te staan). Dé uitdaging voor iedere professional… De uitdaging voor iedere professional die met klanten werkt, is om iedere klant weer opnieuw oprechte aandacht te geven, alsof het de eerste klant is die je die dag ziet of spreekt. Alsof je nog nooit een vergelijkbare vraag of verhaal hebt gehoord. De vaardigheden die je daarbij helpen zijn je lichaamstaal (aansluiten, luisterhouding, oogcontact), vragen stellen (open vragen) samenvatten en doorvragen (LSD). Dat is dan ook de kern van de vaardigheden die je leert en oefent in de training Klantgericht communiceren. Door je iedere keer weer opnieuw open te stellen voor de klant, vergroot je de kans dat de klant een heel tevreden gevoel heeft over het gesprek of het contact en dat je voor de juiste oplossing of informatie hebt gezorgd. Wendy DerksenTrainer Kjenning
Lees meer14 mei 2021 -
Communicatie & Persoonlijke ontwikkeling
De corporatie als groot-eigenaar in de VvE: wat is haar rol?
Wat zijn precies de taken en verantwoordelijkheden van een groot-eigenaar in VvE’s? Wooncompagnie wilde meer kennis op dit vlak. Coördinator Conny Kamerling volgde de training De groot-eigenaarsrol in de VvE: “Het was praktisch, toegankelijk en interactief. Precies wat we voor ogen hadden.” Waarom deze training? “Sinds kort heeft Wooncompagnie een nieuwe aanpak als het gaat om VvE’s. Voor die tijd was de VvE enigszins een ondergeschoven kindje. Het was altijd ‘een beetje’. De VvE-taak was belegd bij buurtconsulenten, maar dit werkte niet zoals we wilden. Besloten is om het anders aan te pakken. Naast mijn werk als medewerker Accounting ben ik nu ook coördinator VvE, daaronder werken 3 accountmedewerkers. Zij zijn de ogen en oren in het veld en bezoeken bijvoorbeeld ook de vergaderingen van de VvE’s. Als er ingewikkelde vragen zijn spelen zij die door aan mij, daarnaast leid ik het technisch beheer in goede banen. Nu we zijn overgestapt naar een andere aanpak, wilden we duidelijker hebben wat de taken en verantwoordelijkheden van een groot-eigenaar zijn. Ook inhoudelijk wilden we meer kennis opbouwen.” Kennis waarover? “Over modelreglementen, het appartementsrecht, splitsingsakten, hoe het werkt met stemmingen in een VvE.” Klinkt saai “De training was echt niet saai hoor. Natuurlijk was er een deel theorie, daar ontkom je niet aan. Maar dat werd op een interessante manier gebracht. En de koppeling naar de praktijk werd meteen aan die theorie toegevoegd. Wij waren redelijk ‘groen’ op dit vlak, een aantal van ons begon zelfs vanaf 0 aan deze training. Vragen uit onze eigen dagelijkse praktijk met betrekking tot VvE’s konden we volop stellen. We hebben veel gediscussieerd, en zo kom je weer op andere interessante punten. Op een toegankelijke manier kwam van alles over VvE’s en de groot-eigenaarsrol voorbij. Van praktijkvoorbeelden en discussiëren steek je veel meer op dan van alleen theorie. We hadden van tevoren ook aangegeven dat we een interactieve training wilden. Kjenning heeft een training op maat gemaakt voor Wooncompagnie.” Veel geleerd dus? “Ja, veel geleerd. Onder meer ook waar welke taken en verantwoordelijkheden liggen: bij de VvE of bij de Wooncompagnie. Denk bijvoorbeeld aan een klacht over een verrot kozijn. Wie lost dit op en wie betaalt dit? Wij namen in het verleden soms iets te snel de leidende rol, ook financieel, we zijn nu duidelijker naar de betrokken partijen en nemen wat meer afstand in sommige zaken. Dat kunnen we nu doen omdat we inhoudelijk veel meer kennis hebben.” Iedereen blij? “Het waren goede dagen. Een voordeel vond ik dat we met een klein clubje waren: met zijn zessen. En dat we van dezelfde corporatie waren. Je hebt dezelfde vragen en kunt in de praktijk ook allemaal wat met de antwoorden. Soms denk je na een training weleens: wat heb ik nu eigenlijk geleerd… Maar dat is hier absoluut niet zo.” Heeft u ook een vraag voor een incompanytraining? Bovenstaande training werd in company verzorgd voor Wooncompagnie. Heeft u ook een vraag voor een incompany training? Neem dan contact op met onze opleidingsadviseurs. Samen zoeken we de best passende oplossing, passend bij uw vraag en uw situatie #doenwatnodigis
Lees meer31 maart 2021 -
Communicatie & Persoonlijke ontwikkeling
Mensen schamen zich er vaak voor dat ze de huur niet kunnen betalen, het is bijna nooit onwil.
Ylona Benneker is administratief medewerker bij De Key en maakt deel uit van het incassoteam. Onlangs volgde dat team de training Incassogesprekken: basis en verdieping. “Ik kan nu nog beter de – soms moeilijke – gesprekken voeren.” Incasso. Ik vind het altijd een beetje heftig klinken “Waarom? Omdat je ervoor moet zorgen dat iemand zijn achterstallige huur alsnog betaalt en dat dat soms moeilijke gesprekken zijn?” U slaat de spijker op zijn kop. Lijkt me lastig. Al die emoties ook “Ik doe de incasso van onze studentenhuisvesting, dat is inderdaad pittig en uitdagend. Naast het incassowerk doe ik ook de verhuur van een complex van De Key. Die afwisseling maakt mijn werk leuk. Natuurlijk komt er regelmatig emotie bij kijken aan de kant van de huurder als je contact hebt vanwege achterstallige betaling, en soms moet je zelfs de stap nemen om een deurwaarder in te schakelen. Dat is ook heftig. Maar zo start je natuurlijk niet.” Hoe dan wel? “Het begint met luisteren: wat is de reden van de huurachterstand? Mensen schamen zich er vaak voor dat ze de huur niet kunnen betalen, het is bijna nooit onwil. Studenten hebben het op dit moment ook nog eens financieel lastig, door corona zijn er veel hun bijbaantje kwijtgeraakt. We gaan altijd voor een betalingsregeling op maat. Uiteraard controleer je vervolgens of de huurder zich daar aan houdt. Zo niet, dan volgt een waarschuwing, ga je nog een keer het gesprek aan, maak je weer afspraken. Blijft iemand in gebreke dan draag ik het dossier uiteindelijk over aan de deurwaarder. Maar dan ben je echt al een stuk verder hoor.” Klinkt alsof u geen training nodig hebt. Waarom dan toch? “Omdat ik het gevoel had dat ik soms te veel ruimte gaf in de gesprekken. Misschien wat te veel meebewoog met de huurder. Ik wilde ook nog meer weten van de juridische kant. Daarom ben ik op zoek gegaan naar een training, zo kwam ik bij Kjenning terecht. Uiteindelijk is de training Keybreed uitgerold. Het hele team, 11 mensen, heeft de training gevolgd.” En? Veel geleerd? “Ja, echt. In twee dagdelen heb ik enorm veel opgestoken. De juridische aspecten kwamen aan bod, dus wat zijn de regels. Maar daarnaast ook de context en de oorzaken van schulden, welke schuldenregelingen je kunt inzetten, de Nibud-methode ‘grip op geld’, hoe je een goed incassogesprek voert. Dat laatste hebben we ook geoefend met een gedragsacteur. Ik kan nu ook het dossier van de deurwaarder beter lezen. Sprong er nog wat uit? “Voor mij was dat de aansluitende verdiepingstraining van een dagdeel. Daarin kwam aan bod hoe je beginnende jonge huurders beter kunt adviseren: wat houdt op kamers wonen financieel eigenlijk in? Welke rechten hebben ze, denk aan het recht op huurtoeslag, op kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Door preventief te adviseren, kun je voorkomen dat huurders in de problemen raken. Daar zou ik nog veel meer van willen weten.” Ik zeg: door naar een aansluitende training “Haha ja, dat zou niet verkeerd zijn. Het is goed om jezelf te blijven ontwikkelen, dus dat blijf ik zeker doen.” Ook een vraag voor een incompanytraining ? Bovenstaande training werd in company verzorgd voor De Key en aangepast aan de vragen, situatie en context bij de deelnemers. Heeft u ook een vraag voor een incompany training? Neem dan contact op. Samen zoeken we de best passende oplossing, passend bij uw vraagstuk en uw situatie. Met de beste passende vorm, online, klassikaal of een mix. Neem snel contact op met onze opleidingsadviseurs.
Lees meer8 maart 2021 -
Communicatie & Persoonlijke ontwikkeling
Klantgericht communiceren: wat wel en wat niet?
Als klantconsulent moet je over de juiste technieken beschikken om een gesprek met een huurder niet alleen efficiënt, maar ook klantvriendelijk af te handelen. Klantconsulent Anouk van Esch bij De Sleutels, volgde samen met haar collega’s de training Klantgericht communiceren. “Ik heb nu nog meer – praktische – handvatten, dat is fijn.” Een klantconsulent staat de hele dag ‘aan’ toch? Dat lijkt me pittig “Ja, dat is zo. Je hebt de hele dag klantcontact en probeert de huurder zo goed mogelijk te helpen door meteen de vraag of het verzoek te beantwoorden, of de klacht te verhelpen. Als dat niet lukt, dan zoek ik uit hoe en wat en bel ik terug. Maar dat betekent inderdaad dat je de hele dag ‘aan’ staat, je moet altijd vriendelijk en neutraal blijven. Ook als de ander dat niet is.” Is dat wel leuk? “Mijn werk is afwisselend en leuk! Naast het telefonische contact beantwoord ik ook de mails van huurders. Het geeft heel veel voldoening om mensen te kunnen helpen. En ja, je hebt lastige, maar zeker ook hele leuke mensen aan de telefoon. Ieder gesprek is anders, ik hou van de afwisseling daarin. Ons team bestaat uit 10 collega’s, samen denken we altijd oplossingsgericht. Ons streven is onder meer binnen 30 seconden de telefoon op te nemen en binnen 1 werkdag terug te bellen als dat nodig is. Daar slagen we heel goed in.” Maar toch samen een training Klantgericht communiceren gedaan? “Ja, iedereen van ons team had wel behoefte aan meer handvatten. Je wilt de zaken op dezelfde manier aanpakken. Dat wanneer een huurder belt, wij allemaal A zeggen en niet ook B en C. Het is fijn om technieken aangereikt te krijgen om dat beter te kunnen doen. Daarom hebben wij samen deze driedaagse training gevolgd.” Wat moet ik me bij die technieken dan voorstellen? “De opbouw van een telefoongesprek bijvoorbeeld. Dat begint met een goede introductie. En dat je tijdens een gesprek de leiding neemt, regie houdt, grenzen stelt, goed luistert, samenvat en doorvraagt. Maar ook hoe je een opdracht voor een vakman helder formuleert. Het onderdeel ‘lastig gedrag’ hebben we geoefend met een acteur, heel praktisch dus. Dat was een onwijze eyeopener. Ik heb er veel van geleerd en meer zelfvertrouwen gekregen, daar heb ik nog iedere dag plezier van. Daarnaast was er ook een onderdeel samenwerken met collega’s.” Vertel, heeft een mens daar wat aan? “Zeker. Aan bod kwam ook de interne communicatie, hoe je feedback geeft en ontvangt. We hebben tijdens de training individuele en teamdoelen afgesproken. Wil je die doelen halen – en dat willen we – dan kun je zaken die niet goed gaan niet op zijn beloop laten. Je moet elkaar daar op een neutrale, niet-kwetsende manier op durven aanspreken. Dat kan ik nu veel beter. Sterker nog, ik gebruik het soms privé ook, haha.” Terugkijkend kun je zeggen… “Dat het onwijs leuke dagen waren. Meestal heb ik bij een training dat ik aan het eind van de dag opgebrand ben. Hier was dat helemaal niet zo, ik kreeg er juist energie van. Dat kwam door een aantal dingen: het programma was interactief, op maat gemaakt, en niet in beton gegoten. Tijdens de training werd meteen ingesprongen op de wensen die bij de deelnemers naar bovenkwamen. De flexibiliteit van Kjenning is prettig, het is echt gericht op waar je als organisatie behoefte aan hebt.” Ook een vraag voor een incompanytraining ? Bovenstaande training werd in company verzorgd voor De Sleutels en aangepast aan de vragen, situatie en context bij de deelnemers. Heeft u ook een vraag voor een incompany training? Neem dan contact op. Samen zoeken we de best passende oplossing, passend bij uw vraagstuk en uw situatie. Neem snel contact op met onze opleidingsadviseurs.
Lees meer6 februari 2021 -
Communicatie & Persoonlijke ontwikkeling
Inschatten van overlastklachten in drie snelle stappen
Geen klacht is hetzelfde, maar toch zijn overlastmeldingen grofweg in te delen in vijf categorieën. De kunst is om zo snel mogelijk een juiste inschatting te maken van de aard van de klacht zodat je ook snel passende maatregelen kunt nemen om de overlast aan te gaan pakken. Met onderstaand schema kun je in drie stappen snel tot een eerste inschatting komen van het type overlast. Dat helpt je ook om daarna snel passende maatregelen te nemen. Stap 1: De aard van de klacht Kijk hierbij naar de feiten en niet naar de emotie van de melder. De feiten filter je in eerste instantie uit de schriftelijke verklaring(en) en eventueel gesprekken met de melder(s). Mogelijke overlast: Bijvoorbeeld klachten over structureel: luide muziek (af)spelen, feesten, geluid ‘s nachts, schreeuwen, treiteren, bedreiging, discriminatie of crimineel gedrag. Te dulden hinder: Bijvoorbeeld klachten over: spelende of huilende kinderen, huishouden, koken, roken in de eigen woning, tuin of balkon, lopen, praten, huisdieren, parkeren. Stap 2: Zijn er meerdere melders? Ja Nee Over en weer Stap 3: Is de “veroorzaker” zorgwekkend? Maakt bijvoorbeeld een verwarde indruk. Lijkt dingen te zien of horen die er niet zijn. Is verslaafd. Of er is sprake van een gezin met problemen met opvoeding of huishouden. Meer weten over aanpakken van woonoverlast Tijdens de training Woonoverlast aanpakken wordt verder ingegaan op herkennen en aanpakken van woonoverlast. U leert situaties snel te beoordelen, de juiste verwachtingen te scheppen bij alle betrokkenen, gepast op te treden en effectief samen te werken met netwerkpartners en collega’s.
Lees meer22 januari 2021 -
Wonen, Verhuur & Leefbaarheid
Hoe juridisch is woonoverlast eigenlijk?
Veel trainingen die ik zie op het gebied van woonoverlast hebben een juridische insteek. De trainer is meestal een advocaat die in de praktijk ook overlastprocedures voert. Dat lijkt logisch, maar hoe juridisch is het overlast vak eigenlijk? Afgelopen jaar zagen corporaties de overlast op alle vlakken al toenemen. Zeker nu we massaal thuis werken, stijgt ook het aantal meldingen van burenoverlast of burenruzies nog verder. Al bestaande overlastzaken lijken (weer) op te laaien maar er ontstaan ook nieuwe overlastzaken. Uit CBS cijfers komt dat ca. 35% van de mensen overlast ervaart. Als we uitgaan van 2,4 miljoen huurwoningen zijn er dus ruim 840.000 huishoudens die jaarlijks overlast ervaren. Ongeveer 50.000 huurders melden deze overlast ook bij hun verhuurder. Hoe vaak zo’n melding uiteindelijk leidt tot een gerechtelijke procedure is gissen. Ik vraag er altijd naar tijdens trainingen. Het antwoord varieert, maar ligt ergens tussen bijna nooit en enkele keren per jaar. Het totaal aantal huisuitzettingen op basis van overlast is wel bekend. Dit gebeurt jaarlijks 299 keer. Gemiddeld per corporatie is dat nog niet één keer per jaar. En nu we veel thuis zijn helpt de vaak langer durende juridische aanpak ook niet heel snel om het probleem op te lossen. Wat betekent dit nu? Op de eerste plaats dat huisuitzetting op basis van overlast zeer zeldzaam is. Zouden corporaties niet veel vaker moeten doorpakken op overlast en zijn ze vaak teveel van het pappen en nathouden? Misschien wel. Er zijn wel signalen die daarop duiden. Zo zie ik nog wel zaken als de Dimitrov zaak in Amsterdam, waarbij 10 jaar lang ernstige overlast was, die pas nadat burgemeester Van der Laan de regie overnam, werd opgelost. Er zijn ook corporaties die er bewust voor kiezen om niet naar de rechter te gaan. Bij een recente incompanytraining voor woonconsulenten vertelden deelnemers dat ze bij overlast nooit een gerechtelijke procedure aanspanden. Desnoods boden zij de klager of de veroorzaker een andere woning aan. Zo’n aanpak zou ik zelf niet snel bedenken. Maar blijkbaar kan en werkt het wel. Op de tweede plaats moeten we concluderen dat in een echte goede praktijkgerichte training woonoverlast voor een jurist weinig of geen plaats is. Immers, van de 50.000 zaken die jaarlijks worden gemeld wordt slechts 0,01% van de gevallen via een ontruiming opgelost. Het aantal zaken waarbij een advocaat of jurist wordt ingezet, bijvoorbeeld om een goed geformuleerde brief met waarschuwing te schrijven of een gedragsaanwijzing te vorderen, zal iets hoger liggen, maar de conclusie mag duidelijk zijn. Een gerechtelijke procedure komt in de praktijk bijna nooit voor. Maar waar moet het in bij woonoverlast dan wel over gaan? Drie zaken zijn belangrijk: 1.Beoordelen en inschatten van situatiesNiet elke melding van overlast is daadwerkelijk overlast. Ongeveer 80% van de meldingen betreffen woongeluiden en burenconflicten. De corporatie heeft in deze gevallen geen inspanningsverplichting Dit betekent dat de corporatie er niets mee hoeft te doen en de klacht meteen kan worden afgewezen. Bij de “ echte” overlastklachten is het belangrijk om in te schatten of de veroorzaker van de overlast een kwetsbare huurder is, die hulp nodig heeft, of een woongenotverstoorder die hard moet worden aangepakt. 2.Regie en samenwerkingRegie voeren is de kern van het oplossen van overlastmeldingen in de praktijk. Die regie richt zich op: De melder(s): Het is cruciaal om zo snel mogelijk de verwachtingen van de melder te managen. Die verwacht vaak veel meer dan mogelijk is, bijvoorbeeld een huisuitzetting. Daarbij bestaat ook vaak de neiging om de verantwoordelijkheid bij de verhuurder te leggen met het motto “Ik heb recht op woongenot en daar moet u voor zorgen.” Collega’s: Het is belangrijk dat alle medewerkers in de eerste lijn, zoals huismeesters, baliemedewerkers en medewerkers klant (KCC), helder hebben hoe de corporatie omgaat met overlastklachten. Hiermee bereik je dat consequent de juiste informatie wordt gegeven en er geen valse verwachtingen worden gewekt. De “veroorzaker”: Als de klachten terecht zijn, dan is het zaak dat de veroorzaker stopt met het ongewenste gedrag. Hoe breng je die boodschap duidelijk over? Stuur je alleen een brief, in het slechtste geval via een sjabloon ingevuld, of is er ook een goed gesprek? Netwerkpartners: Om zaken op te lossen is de samenwerking met partijen als buurtbemiddeling, de politie en hulpverlening onmisbaar. Maar hoe verloopt die samenwerking en wat is ieders rol? En hoe voorkom je nu situaties waarin de hulpverlening eindeloos “bezig” is met een casus, zonder dat de overlast afneemt? Of dat de politie huurders die aangifte willen doen van geluidsoverlast standaard naar de corporatie doorverwijst? De relatie onderhouden met professionals in het netwerk, verwachtingen verhelderen, afspraken maken en soms het conflict aangaan, is een belangrijk deel van het werk. De advocaat: Heel soms wordt een advocaat ingeschakeld om te sommeren of een gerechtelijke procedure te starten. Het is belangrijk dat de corporatiemedewerker de advocaat een duidelijke opdracht geeft. Is het doel een waarschuwing, een ontruiming of een gedragsaanwijzing? Wat heeft de advocaat nodig aan dossier om een succesvolle procedure te voeren? 3.CommunicerenStevig in je schoenen staan en duidelijk en helder communiceren zijn cruciaal bij het behandelen van overlastklachten. Denk daarbij aan: verwachtingen managen, een slecht nieuws gesprek voeren, slimme vragen stellen om veel informatie te verzamelen en confronteren zonder de relatie te schaden Het vak in de praktijk… Overzicht houden, complexe situaties beoordelen, regie voeren en lastige gesprekken voeren, daar draait het vak in de praktijk om. In twee trainingen van Kjenning staan deze zaken centraal: De leergang Woonconsulent en onze training Woonoverlast aanpakken. Ontmoet ik u daar? Harry VlaarKjenning
Lees meer12 januari 2021 -
Communicatie & Persoonlijke ontwikkeling
Opslag van spullen op de gang: mag dat?
Huurders van appartementencomplexen delen gemeenschappelijke ruimtes zoals de entreehal, liften, galerijen en gangen met andere huurders. Niet zelden worden deze ruimtes door de huurder gebruikt om er spullen neer te zetten. Denk aan plantenbakken, bankjes, kinderwagens of ‘zitjes’. Huurders doen dit soms om de gemeenschappelijke ruimtes gezelliger te maken of omdat ze menen dat er binnen de woning geen plek voor deze spullen is. Hoewel verhuurders soms wel begrip hebben voor het ‘aankleden’ van de gemeenschappelijke ruimtes, zijn de meeste verhuurders niet blij met dit soort initiatieven. Niet alleen kan het plaatsen van spullen in de gemeenschappelijke ruimtes veel overlast veroorzaken, het schoonmaken belemmeren, belangrijker is dat de veiligheid in het geding kan zijn. Denk aan de brandveiligheid, maar ook aan veiligheid in het kader van toegankelijkheid van hulpdiensten, zoals een ambulance. Daarnaast kan de verhuurder worden aangesproken door de overheid als de situatie in een gebouw niet in overeenstemming is met de voorschriften. Verantwoordelijkheden eigenaar Een eigenaar van een gebouw heeft bepaalde verantwoordelijkheden voor de veiligheid. Zo is een eigenaar van een gebouw verantwoordelijk voor het naleven van de eisen die zijn neergelegd in het Bouwbesluit en de Woningwet. Een van deze eisen is kort gezegd dat in een gebouw geen voorwerpen mogen worden geplaatst waardoor bij brand een gevaarlijke situatie wordt veroorzaakt. Het is tevens verboden om voorwerpen te plaatsen waardoor de bestrijding van brand of het gebruik van vluchtmogelijkheden worden belemmerd. Nou zal een enkel plantenbakje op de gang misschien geen problemen voor de brandveiligheid opleveren, en niet iedere situatie is hetzelfde, maar het is moeilijk voor een verhuurder om dit te controleren, laat staan te handhaven. Want wat mag dan wel en wat mag niet? Vorderen van een verbod In veel algemene huurvoorwaarden is dan ook een algeheel verbod opgenomen tot het plaatsen van goederen in de algemene ruimten. In een zaak die recentelijk speelde bij het gerechtshof Den Haag ging het ook om een situatie waarbij een huurder (naast het houden van huisdieren) in strijd met de huurovereenkomst onder meer een fiets, een tapijt, een paraplubak, plantenpotten en dergelijke in de gemeenschappelijke gang had gestald. Hierdoor kwam de veiligheid volgens de verhuurder in het geding en kon ook de gang niet goed worden schoongehouden. De huurder was hierop regelmatig, maar tevergeefs, door de verhuurder aangesproken. De verhuurder vorderde uiteindelijk ontbinding van de huurovereenkomst (ook vanwege overtreding van het huisdierenverbod). Het gerechtshof was het met de verhuurder eens dat de huurder structureel een verbodsbepaling overtrad waardoor sprake was van een tekortkoming. Ontbinding van de huurovereenkomst vond het hof echter een brug te ver. Wel wees het hof het tweede deel van de vordering van de verhuurder toe, namelijk het bevel om zorg te dragen voor een vrije doorgang, door het verwijderen én verwijderd houden van spullen op de gang, op straffe van een dwangsom van € 150,- per dag met een maximum van € 10.000,-. Conclusie Huurders die de voorschriften van de verhuurder over het gebruik van gemeenschappelijke ruimtes niet naleven, zullen hierop uiteraard eerst aangesproken moeten worden, bijvoorbeeld door de huismeester, gevolgd door een schriftelijk verzoek en uiteindelijk een sommatie om de huurder te wijzen op zijn verplichting uit de huurovereenkomst (‘gele kaart, rode kaart’). Helpt dat niet, dan kan de verhuurder de huurder zo nodig via de rechter aanspreken op het door de huurder in strijd met de huurovereenkomst plaatsen van allerlei spullen op de gemeenschappelijke gang. Dit kan door de rechter te vragen om de huurder te gebieden de spullen te verwijderen en door een verbod op te leggen voor het opnieuw plaatsen van spullen. Daarbij kan het beroep op de (brand)veiligheid een belangrijk argument zijn. Een onderzoek en zo mogelijk een schriftelijke uiteenzetting van de brandweer of van de Veiligheidsregio van de situatie ter plaatse kan helpen de vordering van de verhuurder te onderbouwen. Tanja de GrootVBTM Advocaten
Lees meer2 januari 2021 -
Communicatie & Persoonlijke ontwikkeling
Omgaan met verwarde personen: hoe dan?
“De vakman die achter de voordeur van de huurder komt, heeft steeds vaker te maken met bewoners met psychische problemen en/of een verslaving”, aldus Gerard Nijmeijer, uitvoerder Dagelijks Onderhoud bij Accolade. Vandaar dat de 21 vakmannen van de corporatie de training ‘Omgaan met verwarde personen voor de vakman’ volgden. Nou, kom maar door: hoe was het? “Na afloop waren alle 21 vakmannen enthousiast en positief. Daar ben ik heel blij mee, want vooraf stond echt niet iedereen te springen om deze training te volgen. Dit zijn bijna allemaal ‘ruwe-bolsterjongens’, ontzettend goed in hun vak, maar niet iedereen weet hoe je het best kunt reageren en het gesprek kunt aangaan met bewoners met deze problematiek.” Dus daar had u nog wat missiewerk te verrichten? “Nee hoor, zo voelt dat niet. Als uitvoerder Dagelijks Onderhoud is een van mijn taken te zorgen dat ‘mijn jongens’ hun werk zo goed mogelijk kunnen uitvoeren. In 80% van de contacten die zij hebben met bewoners gaat dat goed, in 20% van de gevallen lopen zij tegen zaken aan die extra aandacht nodig hebben. Daar ga ik dan ‘achteraan’.” Waar hebben we het dan over? “Over mensen met verward gedrag, verslavingsgedrag, psychische problemen, dementie, huiselijk geweld, en depressie. Omdat mensen met deze problemen steeds langer zelfstandig blijven wonen, hebben onze vakmannen hier steeds vaker mee te maken. Dan is het prettig als ze snel de situatie kunnen herkennen, daarop kunnen inspelen met respect voor de ander, zodat ze uiteindelijk hun werk goed kunnen uitvoeren.” Herkennen is niet het enige neem ik aan? “Nee, zeker niet. Je moet als vakman ook wat met dat gedrag. Vandaar deze training die we bij Kjenning hebben gevolgd. Ik zit al jarenlang in het Platform Dagelijks Onderhoud van Kjenning, samen met mensen van andere corporaties uit het hele land. Ieder jaar komen we twee keer bij elkaar en behandelen we een thema dat we zelf aandragen. Daar heeft een deskundige een keer gesproken over het onderwerp verwarde mensen. Dat vond ik heel waardevol, want je kunt wel denken: ach, ik weet wel hoe ik daarmee moet omgaan, maar er valt natuurlijk nog heel veel te leren.” U dacht: daar moeten we intern ook wat mee? “Precies. En dat hebben we dus ook gedaan. Tijdens de training werden er ook echt praktische tips gegeven. Fijn, want daar kunnen vakmensen ook het meest mee. Bijvoorbeeld dat je niet tegenover mensen moet gaan staan, maar ernaast omdat dat veel minder bedreigend is. Dat je ze de tijd moet geven om te verwerken wat je komt doen. Dus niet snel snel even je werk doen, en weer weg, want dat is lastig te hanteren voor mensen die net iets anders in elkaar steken om welke reden dan ook.” Fijn, die tips en tricks? “Zo’n training draagt bij aan meer inzicht in en het herkennen van de symptomen en het gedrag van mensen met psychische problemen en/of een verslaving. Onze vakmannen herkennen situaties nu sneller, kunnen daar rekening mee houden en erop inspelen. Daarnaast kunnen ze nu ook beter inschatten wanneer het goed is om een collega in te schakelen, bijvoorbeeld voor hun eigen veiligheid. Het was mooi om te zien dat deze grote, stoere jongens deze dag waardevol vonden. Deze training was een stap in de goede richting, we denken er nu over een cursus gesprekstechniek te gaan volgen met deze groep medewerkers.” Ook een vraag voor een incompanytraining ? Bovenstaande training werd in company verzorgd voor Accolade. Heeft u ook een vraag voor een incompany training? Neem dan contact op met onze opleidingsadviseurs. Samen zoeken we de best passende oplossing, passend bij uw vraagstuk en uw situatie.
Lees meer8 december 2020 -
Management
Van ‘likje verf’ tot groot onderhoud: conditiemeting volgens NEN 2767
Wanneer voer je welk onderhoud aan een woning uit als corporatie? Het begint in ieder geval met een conditiemeting van de woning. Richard Middelkamp, algemeen directeur van Middelkamp projectmanagement en van Occupant, volgde samen met het team de training Conditiemeting in onroerend goed volgens NEN 2767. “Het was een mooie mix van online, klassikaal en praktijk.” Het team? Dan heb ik het over de medewerkers die de training hebben gevolgd. In dit geval zijn dat er 9, in functie variërend van projectbegeleider en -manager, tot kostendeskundige.” Wat ‘projectmanaget’ de organisatie zoal? “Ooit ben ik als zelfstandige Middelkamp projectmanagement begonnen. Na een aantal jaren heb ik samen met een andere partij de personeels-bv Occupant opgericht. We verbinden klant en uitvoerenden en laten deze efficiënt samenwerken. We managen projecten, maar adviseren ook over verduurzaming en onderhoud.” Ha, het woord onderhoud valt “Wij werken veel samen met corporaties. Die stoeien vaak met het in kaart brengen van de staat van hun bezit volgens de NEN 2767. Daar hebben wij een app voor ontwikkeld, de Pulse-inspectieapp. Aan de hand van de app toetsen we allerlei zaken van een woning, van zolder tot kelder, en zowel de binnen- als buitenkant. Naast deze technische inspectie brengen we ook de sociale status in kaart.” Klinkt alsof de NEN 2767 geen geheimen meer voor u heeft… “We weten er inderdaad veel van, maar dat weerhoudt mij er niet van om een training te volgen, samen met het team. Kennis, daar heb je gewoon nooit genoeg van in huis. Iedereen kan zich altijd verbeteren. Kjenning kwam meteen in beeld. Ik heb er hele goede ervaringen mee, dus daar was ik snel uit. Alles was al gepland, maar ja, toen kwam corona…” Alles ‘on hold?’ Ja, in eerste instantie wel. Maar je moet altijd denken in kansen en niet in beperkingen. We hebben contact gehouden en zijn online begonnen, met 1 dagdeel. Dat ging echt prima. Zaken als elementen- en gebrekenherkenning, de zespuntsschaal conditiescores, werkwijze bij verschillende gebouwen, de meerjarenonderhoudsbegroting, het kwam allemaal aan bod op een interactieve manier. Er was ruimte voor discussie en voorbeelden vanuit de praktijk. Inmiddels werden de coronamaatregelen versoepeld, dus werd er snel geschakeld naar 1 dagdeel klassikaal. Dat vind ik zelf fijner. Dan verloopt de interactie wat soepeler/natuurlijker. Het laatste dagdeel kregen we in groepjes van 3 praktijkles. We hebben de conditie van een huis gemeten volgens de NEN 2767.” Aha. Van zolder tot kelder? “Ja echt. Dan heb je superveel interactie. Je kunt zaken naar voren brengen die je eerder al ‘bij de hakken hebt gehad’, zoals wij dat zeggen. Op deze manier maak je de stap van theorie naar praktijk. Dat is mooi.” Tijd en investering waren het waard? “Zeker weten. Onder de praktijk moet een mooie dosis theorie liggen, de theoretische basis is altijd het vertrekpunt. Dat hebben we nu nog beter onder de knie. We hebben naar aanleiding van de training ook zaken aangepast in de Pulse-inspectieapp, zodat we klanten nog beter advies en een kostenindicatie kunnen geven. Wij zijn de druppel (pulse), zetten wat in beweging richting corporaties. Mooi dat we dat nu nog beter kunnen na het volgen van deze training.” Ook een vraag voor een incompanytraining ? Bovenstaande training werd in company verzorgd voor Occupant. Heeft u ook een vraag voor een incompany training? Neem dan contact op. Samen zoeken we de best passende oplossing, passend bij uw vraagstuk en uw situatie. En dan zoeken we daarbij ook de best passende vorm bij die aansluit bij uw vraag en organisatie. Klassikaal, online of een mix. Wat maar nodig is. Neem snel contact op met onze opleidingsadviseurs.
Lees meer8 december 2020 -
Communicatie & Persoonlijke ontwikkeling
Verhuizen geeft stress en is veel gedoe
Wist je dat er een stress top 10 bestaat? Met gebeurtenissen die ons in het leven het meeste ongemak en spanning bezorgen. En wat denk je: Op welke plaats staat verhuizen in die top 10? Verhuizen & de stress staat zelfs in de top 3! Het verlies van een dierbare is stressor nummer 1. Op nummer twee staat in Nederland een scheiding of relatiebreuk. De derde plaats wordt ingenomen door een verhuizing. Had je dat verwacht? Ik niet. Ja, verhuizen is gedoe. In- en uitpakken is altijd meer werk dan je al dacht. Het is een hoop geregel. En het kost geld. Maar je verhuist toch naar je nieuwe paleisje? Je krijgt een nieuwe kans. Je leert nieuwe mensen kennen. En je gaat op zoek naar nieuwe dingen in je nieuwe buurt. Wetenschappelijke inzichten over verhuizen Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de stress van het verhuizen al heel ruim voor de verhuizing zelf begint. Alleen al bij de gedachte aan het zoeken van een nieuw huis, kan de paniek toeslaan. Daarna volgt de daadwerkelijke huizenjacht die in de huidige woningmarkt stressvol is. En heb je je droomhuis gevonden, dan komt de verhuizing. Hoeveel stress dat oplevert? Dat verschilt. Je leeftijd, je persoonlijkheid en je persoonlijke perspectief zijn belangrijke factoren die de verhuisstress laten afnemen of toenemen. Volwassenen die heel vaak verhuisd zijn in hun jonge jaren ervaren vaak nog steeds negatieve effecten van die verhuizingen. Dit is terug te lezen in Amerikaans onderzoek, waarin ruim zevenduizend volwassenen tussen 20 en 74 jaar in totaal tien jaar lang werden gevolgd. Daaruit kwamen best heftige conclusies: Als je in je jeugd vaak bent verhuisd, ben je ongelukkiger, heb je gemiddeld genomen meer psychisch leed en je geeft een lager gemiddeld cijfer aan je leven. Wist je ook dat uit Nederlands onderzoek blijkt dat 1 op de 14 bewoners na een verhuizing ernstige psychische klachten kan ontwikkelen? Dat plaatst verwarde personen ook weer in een ander perspectief toch? Begeleiding van woningzoekenden Weet je wat gek is? Tijdens de Leergang Verhuur zien we verhuurprocessen van verschillende corporaties. Als je die naast elkaar legt, wordt er zeer zelden in het werkproces ook rekening gehouden met begeleiding van woningzoekenden bij de juiste keuze. En in geen enkel werkproces wordt rekening gehouden met stressvermindering van onze woningzoekenden en huurders. Aan de ene kant zetten we als sector keihard in op allerlei maatschappelijke onderwerpen als verwarde personen en leefbaarheid. Aan de andere kant richten we ons in ons verhuurproces vooral op leegstand, cijfers, controles en veel papierwerk. Wat zouden we als sector kunnen winnen als er ook op deze emotie wordt ingespeeld, of minimaal rekening gehouden zou worden met verhuisstress? Aan de slag met emotie? Tijdens de Leergang Verhuur gaan we uitgebreid in op het verhuurproces. Krijg je natuurlijk stressreducerende tips voor huurders, maar leer je ook hoe je meer uit het verhuurproces kunt halen. Hoe je de juiste doelgroep bij de juiste woning kunt vinden, hoe je een goede match maakt tussen klant en pand. Want een goede match kan ook veel stress voorkomen. Voor de nieuwe huurder maar ook voor de omgeving en de corporatie. Of sparren met verhuurcollega’s uit het land? Als je al langer werkt in het verhuurvak, dan is bijblijven in het vak en de ontwikkelingen belangrijk. Juist nu er zoveel ontwikkelingen om je heen zijn, bij de klant maar ook in de sector. Sparren met collega’s, ervaringen delen en uw kennis bijspijkeren kan je hierbij verder helpen. Dat kan in het Online Platform Verhuur, ons platform Managers Wonen of een van de andere platforms. P.S. Vergeet de renovatie-stress ook niet Vergeet niet dat een renovatie natuurlijk ook stress geeft. Denk maar aan die keer dat bij je zelf thuis de keuken, badkamer of andere zaken werden verbouwd. De Leergang Sociale Projectbegeleiding staat dan ook niet alleen maar stil bij juridische kaders. Tijdens die leergang is veel ruimte voor de sociale aspecten en emoties die spelen rondom een grote renovatie. Want de impact van zo’n renovatie is minstens net zo groot op het leven van de bewoner. Marija Bjelobrk Trainer Kjenning
Lees meer20 november 2020 -
Communicatie & Persoonlijke ontwikkeling
Projectmatig werk is dé trend. Terwijl de meeste projecten mislukken…
Projecten. Een echte trend, steeds meer werk wordt projectmatig gedaan. Maar als je van naam en faam bekende projecten voor de geest haalt, dan is het beeld niet direct positief. Denk aan de Noord-Zuid lijn, de Betuwelijn of de Fyra. Of aan de restauratie van het Rijksmuseum, aan Lelystad airport, of de uitbreiding van Schiphol. Dus eigenlijk staan de meeste projecten niet zo positief bekend. Wat is er dan aan de hand? De meeste projecten mislukken (deels) Het Fyra-project werd helemaal gestaakt, maar de meeste projecten komen op de een of andere manier toch wel tot een resultaat. Maar overwegend niet succesvol. Volgens de literatuur falen projecten in 70% – 80% van de gevallen, waarbij ze in 10% – 20% zelfs helemaal worden gestaakt. Blijkbaar zijn projecten dus moeilijk en gaat het projectmatig werken niet vanzelf. Maar wat is dan een project? Daarmee komt de vraag op, wat ìs een project eigenlijk? Noemen we het een project alleen omdat er het woord ‘project’ op staat? Niet perse. Een ‘echt’ project heeft een aantal vaste elementen. Dat zijn: Een project: Heeft een duidelijk doel en resultaat. En er is dus ook helder wat niet: heeft een duidelijke scope. Is een unieke, eenmalige opdracht Heeft een duidelijke opdrachtgever en opdrachtnemer. Er is een heldere rolverdeling. Kent een beperkte tijd (start en einde) en beperkte middelen/budget Is planmatig van opzet Is een Samenwerkingsverband, meestal van verschillende disciplines Heeft een heldere zakelijke rechtvaardiging (Business Case) en levert een belangrijk resultaat dat als urgent wordt ervaren door de stakeholders. Daarmee zijn de belangrijkste succesfactoren ook al genoemd: Helder resultaat en heldere afbakening Opdrachtgever in staat om de juiste omstandigheden (budget, mensen, middelen, tijd) te creëren Duidelijke zakelijke rechtvaardiging waardoor voor de organisatie helder is waarom dit moet Projectmethodiek en training projectmatig werken Nu is de projectmethodiek dus niet echt het belangrijkste element dat helpt om het projectresultaat voor elkaar te krijgen. Het gedragselement in bijvoorbeeld “samenwerken”, “heldere waarom”, “duidelijke afbakening” is vele malen belangrijker. Want mag je in jouw werkcontext ook echt zeggen dat de tijd die Pietje voor jouw project vrijmaakt, te weinig is? Of dat we eigenlijk geen ERP maar een boekhoudsysteem neerzetten? Of tegen je opdrachtgever aangeven dat die wens toch echt niet binnen jouw project hoort? Dat maakt de methodiek -zoals in mijn ogen elke methodiek en/of kennis- volstrekt context afhankelijk: het is belangrijk om de dagelijkse praktijk expliciet mee te nemen. En dat doen we dus ook in de training projectmatig werken. De projectmethodiek wordt toegepast op de eigen context van de deelnemers, in de eigen situatie en de eigen weerbarstige dagelijkse praktijk. Tijdens de training Projectmatig Werken wisselen we de theorie af met praktische oefeningen. We delen ervaringen, de successen en de net zo leerzame mislukkingen. Je krijgt een brede basis theoretische basis van projectmatige werken die je tijdens de training vertaald naar je eigen project in jouw eigen praktijk bij je woningcorporatie. En natuurlijk helpt het óók als je een goede projectmethodiek – zoals Projectmatig Werken – toepast. Een kleine waarschuwing vooraf: pragmatisme en situationeel handelen staat in onze aanpak altijd voorop. Doen wat nodig is. En we gaan dus geen project van het project maken. Eric Sommer Trainer Kjenning
Lees meer6 november 2020