Blog

Verhuiskostenvergoeding niet verschuldigd bij een volledig ingerichte logeerwoning

Een verhuurder die renovatiewerkzaamheden wil laten uitvoeren waarvoor een huurder tijdelijk moet verhuizen, is niet verplicht om die huurder vervangende woonruimte te verstrekken. Toch worden in de praktijk vaak volledig ingerichte wisselwoningen ter beschikking gesteld, want dat is klantvriendelijk en bovendien praktisch.

Een huurder hoeft dan immers niet op zoek naar andere woonruimte en de verhuurder kan er in principe vanuit gaan dat de werkzaamheden volgens planning uitgevoerd kunnen worden. De keerzijde van de medaille is echter dat de inrichting van die wisselwoningen een aanzienlijke financiële investering vergt en huurders niet zelden na gebruik van die wisselwoning alsnog aanspraak maken op de verhuiskostenvergoeding (voor zelfstandige woonruimte € 5.993,-). Vooral in grote renovatieprojecten kan de verhuurder daardoor het financiële zweet uitbarsten.

Hoe zit het ook al weer?

De wet bepaalt dat een huurder recht op de verhuiskostenvergoeding heeft als hij vanwege renovatiewerkzaamheden (tijdelijk) moet verhuizen. Het begrip ‘verhuizing’ wordt door de wet niet gedefinieerd, maar als een huurder vanwege renovatiewerkzaamheden tijdelijk in een wisselwoning verblijft, zou gezegd kunnen worden dat aan de wettelijke vereisten voldaan is en de huurder dus recht heeft op deze vergoeding. 

Uit een aantal recente uitspraken van de Rechtbanken Midden-Nederland en Rotterdam blijkt echter dat een huurder daar geen recht op heeft als die wisselwoning volledig ingericht was. In die gevallen hoeft een huurder namelijk enkel wat persoonlijke bezittingen naar de wisselwoning mee te nemen en is er naar mening van de rechtbank geen sprake van een (volledige) verhuizing.

Conclusie

Ervan uitgaande dat de inrichtingskosten voor de wisselwoningen lager liggen dan het verstrekken van de verhuiskostenvergoeding, doet een verhuurder er dus ook in financieel opzicht goed aan om zijn huurders een volledig ingerichte wisselwoning aan te bieden. Hierbij moet echter wel aangetekend worden dat een gerechtshof de hierboven aangehaalde rechtspraak zal moeten onderschrijven om die als bestendig aan te kunnen merken.

Rick van Yperen
VBTM Advocaten

Datum: 14-01-2019

Delen: