De gedragsaanwijzing duikt steeds vaker op. Meestal gaat het om de mogelijkheid voor de civiele rechter om op verzoek van de verhuurder een gebod of verbod op te leggen aan een huurder, op straffe van een dwangsom. De mogelijkheid voor het instrument gedragsaanwijzing bestaat binnen het burgerlijk recht al tientallen jaren. In de praktijk maken corporaties er nog relatief weinig gebruik van.
Wat is een gedragsaanwijzing en wanneer zet je deze in?
Een gedragsaanwijzing is een gebod of verbod voor een gebruiker van een woning die overlast veroorzaakt, zoals een verbod op harde muziek of een gebod om een hond te muilkorven. Woningcorporaties kunnen een gedragsaanwijzing vrijwillig met een huurder overeenkomen of deze laten opleggen door de rechter. Het instrument biedt de mogelijkheid om overlast aan te pakken zonder direct over te gaan tot ontbinding van de huurovereenkomst.
Vrijwillige en gerechtelijke gedragsaanwijzingen in de praktijk
In de training wordt uitgebreid stilgestaan bij zowel de vrijwillige als de gerechtelijke gedragsaanwijzing. Je leert hoe beide vormen werken, wat de werkwijze is in de praktijk en wat de verschillen zijn in impact, risico’s en juridische consequenties. Ook komen voorbeelden van geboden en verboden aan bod, evenals de gevolgen van het niet naleven van een gedragsaanwijzing.
Juridische aspecten, risico’s en kosten-baten
Je krijgt inzicht in de juridische randvoorwaarden van de gedragsaanwijzing en leert waar je op moet letten bij de inzet ervan. Daarbij is aandacht voor do’s en don’ts, soorten vorderingen, typen overlast waarbij een gedragsaanwijzing effectief is en de kosten en baten van zowel vrijwillige als gerechtelijke trajecten.
Praktijkgericht werken met eigen casuïstiek
Tijdens de training werk je met praktijkvoorbeelden en eigen casuïstiek. Je stelt zelf een gedragsaanwijzingsovereenkomst op en krijgt inzicht in ervaringen, tips en bewezen werkwijzen. Zo verlaat je de training met een concreet en direct toepasbaar instrument voor jouw eigen praktijk.